Bij Home Assistant hardware draait alles om één vraag: welke computer laat je dag en nacht aan staan? Die kleine machine voert elke automatisering uit, bewaart de geschiedenis van al je sensoren en houdt de verbinding met je apparaten overeind. Zie hem als de cv-ketel van je smart home: je kijkt er nooit naar, maar valt hij uit, dan merkt het hele huis het.
Voor Home Assistant zijn er grofweg vier routes: de kant-en-klare Green, een Raspberry Pi die je zelf opbouwt, een mini-pc met Intel-processor, of een virtuele machine op hardware die je al in huis hebt. De Yellow hoort daar sinds oktober 2025 niet meer bij, want Nabu Casa stopte de productie. Welke route past, hangt af van je apparaten, je camera’s en hoeveel je zelf wilt sleutelen.
Home Assistant hardware in vier routes: de vergelijking
De tabel zet de vier routes naast elkaar. Het stroomverbruik van de Green komt uit de officiële specificaties. De cijfers voor Pi en mini-pc komen uit metingen in tests van derden en gelden als richtwaarde, want elk model en elke SSD wijkt een beetje af.
| Route | Stroom in rust | Opslag | Zigbee en Thread | Uitbreiden | Past bij |
|---|---|---|---|---|---|
| Home Assistant Green | Ongeveer 1,7 W | 32 GB eMMC, vast | Via een USB-stick | Alleen via de twee USB-poorten | Starters die niet willen sleutelen |
| Raspberry Pi 5 | Ongeveer 2,8 W | microSD, of NVMe via een aparte HAT | Via een USB-stick | GPIO-pennen, HAT’s en NVMe | Knutselaars en wie de onderdelen al heeft |
| Mini-pc (Intel N100 of N150) | Ongeveer 6 tot 8 W | NVMe-SSD, meestal ingebouwd | Via een USB-stick | Vervangbaar werkgeheugen en opslag | Camera’s, veel apps en homelabs |
| Virtuele machine of NAS | Hangt af van de host | Schijven van de host | Stick doorgeven aan de virtuele machine | Alles wat de host aankan | Wie al een server draait |
Opvallend is hoe dicht de routes bij elkaar liggen zodra het om pure sensoren en schakelaars gaat. Het verschil zit in de randvoorwaarden: hoeveel onderdelen je zelf moet kopen, hoe lang de opslag meegaat en wat er gebeurt als je later camera’s of zwaardere apps toevoegt.
Wat Home Assistant van je hardware vraagt
Home Assistant is lichte software zolang het om schakelaars, sensoren en routines gaat. De officiële installatiepagina noemt een Raspberry Pi 4 of 5 met minimaal 2 GB werkgeheugen als ondergrens voor Home Assistant OS, en voor een x86-computer een opslagschijf en een USB-stick voor de installatie. Meer processorkracht en geheugen komen pas om de hoek kijken bij camerabeelden, een lange historie of een rij zware apps, zoals de add-ons tegenwoordig heten.
Daarnaast speelt het besturingssysteem een rol. Home Assistant OS is de aanbevolen methode: een minimaal systeem met updates met één klik en ondersteuning voor apps. Home Assistant Container draait op een eigen Linux met Docker, maar mist die apps en heeft geen kant-en-klare ondersteuning voor Thread en Z-Wave. Core en Supervised zijn sinds Home Assistant 2025.12 niet meer ondersteund, en 32-bit systemen krijgen geen nieuwe versies meer. Daarmee valt een deel van het oude advies op internet af.
Opslag: de zwakste schakel in je Home Assistant hardware
Elke sensorwaarde belandt in de database van Home Assistant, en die wordt de hele dag beschreven. Een microSD-kaart is daar op den duur niet tegen bestand, ook de duurzame varianten niet. Ingebouwde eMMC-opslag, zoals in de Green, houdt langer stand, en een SSD geldt als de gouden standaard. Kies je toch een kaart, maak dan regelmatig back-ups en ruim de geschiedenis in de recorder op. Hoe je back-ups instelt zodat een crash geen drama wordt, lees je in ons artikel over een gecrasht Home Assistant.
Stroomverbruik en geluid
Een kastje dat 24 uur per dag draait telt elke watt mee. De Green neemt volgens de specificaties zo’n 1,7 watt in rust en ongeveer 3 watt onder belasting. Een Raspberry Pi 5 komt in tests op ongeveer 2,8 watt in rust en bijna 10 watt op vol vermogen. Een Intel N100 of N150 mini-pc zit in rust rond de 6 tot 8 watt en loopt onder belasting op tot zo’n 25 tot 30 watt. Het jaarlijkse verschil is klein genoeg om je keuze niet te bepalen. Bij geluid ligt dat anders: de Green is geruisloos, een Pi 5 blijft stil in een passieve behuizing en een mini-pc met actieve koeling hoor je in een stille woonkamer soms wel. Fanless mini-pc’s bestaan, maar die zijn merkbaar duurder.
Home Assistant Green: de kant-en-klare route
De Home Assistant Green is de makkelijkste ingang: Home Assistant OS staat al op het apparaat, je sluit voeding en netwerkkabel aan en opent de app. Onder de behuizing zit een Rockchip RK3566 met vier Cortex-A55-kernen op 1,8 GHz, 4 GB werkgeheugen en 32 GB eMMC-opslag. Verder heeft de Green een gigabit-netwerkpoort, twee USB 2.0-poorten en een HDMI-poort die alleen voor diagnose bedoeld is.
Het ontbreken van een eigen radio is de grootste beperking. Matter-apparaten via wifi werken meteen, maar voor Zigbee en Thread steek je een stick in een van de USB-poorten, daarover straks meer. Werkgeheugen en opslag liggen vast, dus de Green groeit niet mee als je later camerabeelden wilt analyseren of een grote database opbouwt.
Een tweede kanttekening is de prijs. Nabu Casa verhoogde de adviesprijs van de Green begin 2026 en in het voorjaar nogmaals, omdat vooral geheugen veel duurder werd. Volgens het bedrijf was de bouwprijs bijna verdubbeld en blijven de prijzen het komende jaar waarschijnlijk onrustig. De Green blijft de makkelijkste start, maar is niet langer automatisch de goedkoopste. De installatie stap voor stap staat in dat Green-artikel, inclusief een directe vergelijking met de Pi 5.
Wanneer de Green genoeg is
Voor de meeste huishoudens is dat het geval. Een paar tientallen apparaten, routines voor licht en verwarming, een dashboard en wat Matter- en Zigbee-sensoren draaien zonder moeite op 4 GB. De Green is ook de enige route waarbij je niets hoeft te beslissen over voeding, behuizing, koeling en opslag, en dat scheelt meer tijd dan het lijkt. Wil je later camerabeelden met objectherkenning verwerken, dan kijk je beter naar een mini-pc.
Home Assistant Green vs Yellow: wat er van de Yellow is gebleven
De Yellow was het uitbreidbare broertje van de Green: een basisbord voor een Raspberry Pi Compute Module, met ingebouwde Zigbee- en Thread-radio, een NVMe-slot, optionele PoE-voeding en GPIO-pennen. In oktober 2025 meldde Nabu Casa dat er geen nieuwe productie komt. De verkoop liep terug, zoals bij elk product na een paar jaar, en volgens het bedrijf kiezen steeds meer gebruikers voor een mini-pc in plaats van een Raspberry Pi-apparaat.
Voor wie er al een heeft, verandert er weinig. De Yellow blijft nieuwe Home Assistant-versies krijgen zolang hij de software kan draaien, net als de Blue, waarvan de productie al in 2022 stopte. Winkels met voorraad kunnen die nog uitverkopen, maar er komt geen nieuwe lading. Nabu Casa liet bij de stopzetting weten een opvolger te onderzoeken.
| Kenmerk | Home Assistant Green | Home Assistant Yellow |
|---|---|---|
| Status | Verkrijgbaar, adviesprijs in 2026 verhoogd | Productie gestopt in oktober 2025 |
| Basis | Rockchip RK3566 met 4 GB werkgeheugen en 32 GB eMMC | Eigen Raspberry Pi Compute Module (CM4, upgrade naar CM5 mogelijk) |
| Zigbee en Thread | Via een USB-stick | Ingebouwde radio |
| NVMe-opslag | Nee | Ja, via het M.2-slot |
| PoE-voeding | Nee | Optioneel |
| GPIO-pennen | Nee | Ja |
Wie nu begint en de functies van de Yellow mist, kan ze nabouwen. De ingebouwde radio vervang je door een ZBT-2 in een USB-poort, en NVMe-opslag krijg je met een Pi 5 met M.2-HAT of in een mini-pc. Daarmee is de vraag Green vs Yellow in de praktijk een keuze geworden tussen de Green en een zelfbouwroute.
Raspberry Pi als Home Assistant hardware: nog steeds een prima keuze?
Een Raspberry Pi 4 of 5 is officieel ondersteund voor Home Assistant OS, mits je minimaal 2 GB werkgeheugen hebt. Een Pi 3 met een 32-bit besturingssysteem krijgt sinds Home Assistant 2025.12 geen nieuwe versies meer. Pi 3 en Pi 4 kunnen wel een 64-bit systeem draaien: installeer dat opnieuw en zet je back-up terug, want back-ups werken ook tussen verschillende processorarchitecturen.
Het grote verschil met de Green is dat je de Pi niet als geheel koopt. Een Pi 5 heeft een eigen voeding nodig (de officiële van 27 watt wordt aanbevolen), een behuizing met koeling en opslag. Een microSD-kaart is kwetsbaar, dus de serieuze route is een NVMe-SSD op een M.2-HAT, die de enkele PCIe-lijn van de Pi 5 gebruikt. Tel je dat op, dan is een Pi 5 met SSD geen koopje meer. Raspberry Pi verhoogde in 2026 meer dan eens de prijzen vanwege het dure geheugen, waardoor het prijsvoordeel ten opzichte van een mini-pc grotendeels is verdwenen.
Waar de Pi nog wint: het verbruik in rust, het formaat en de GPIO-pennen voor HAT’s en eigen projecten. Waar hij verliest: er zit geen hardware-encoder voor video in, dus meer dan twee camerastreams met detectie wordt krap zonder extra versneller. Heb je al een Pi en de accessoires liggen, dan is hij een prima plek om te beginnen. Koop je alles nieuw, dan moet de Pi zijn plek verdienen.
Mini-pc voor Home Assistant: de krachtigste route
Een mini-pc met Intel N100 of N150 draait Home Assistant OS op x86, het platform met doorgaans de beste app-compatibiliteit. In benchmarks zit een N100 zo’n twintig procent boven een Pi 5 qua multicore-prestaties, en vaak zit er standaard 16 GB werkgeheugen en een NVMe-SSD in. Alles zit in één behuizing, dus je hoeft geen voeding, koeling en opslag los te zoeken.
De installatie is iets technischer dan bij de Green: je zet het Home Assistant OS-image op een USB-stick, start de mini-pc daarvan op en stelt zo nodig de BIOS in. In ons artikel over de Home Assistant installer loop je dat stap voor stap door, inclusief de eisen waaraan je mini-pc moet voldoen.
Let bij de aanschaf op vervangbaar werkgeheugen en opslag, een gigabit-netwerkpoort en voldoende USB-poorten voor een Zigbee- of Thread-stick. De N150 is een lichte opfrisbeurt van de N100, dus koop gewoon de goedkoopste van de twee. GPIO ontbreekt, maar met een ESP32-bord met ESPHome of een USB-adapter stuur je alsnog eigen hardware aan. Houd daarnaast rekening met het geluid van de ventilator.
Home Assistant in een virtuele machine of op een NAS
Heb je al een server of NAS, dan hoef je niets bij te kopen. De documentatie noemt virtuele machines op macOS, Windows en Linux, en Home Assistant Container op een NAS. Een Proxmox-host met een Home Assistant OS-machine houdt alle voordelen van HAOS, inclusief apps en back-ups, en deelt de hardware met andere diensten. Container past vooral bij wie het hele systeem zelf beheert: je mist de apps en een eenvoudige koppeling met Thread en Z-Wave. Een Zigbee- of Thread-stick geef je in een virtuele machine door aan de gast, en dat vraagt wat meer instelwerk.
Zigbee en Thread: de stick die bij elke route hoort
Behalve de Yellow heeft geen enkele route een eigen Zigbee- of Thread-radio. Een Zigbee-netwerk bestaat uit sensoren, stekkers en lampen die elkaar doorgeven en heeft de grootste keuze aan voordelige apparaten. Thread is het zuinige mesh-netwerk onder veel Matter-apparaten. Beide hebben een radio nodig die Home Assistant kan aansturen, en dat is een USB-stick.
De Home Assistant Connect ZBT-2 sluit je aan met USB-C. Binnenin zit een Silicon Labs MG24 voor de radio en een ESP32-S3 als USB-brug, met een afgestemde antenne erbovenop. Let op de beperking: de ZBT-2 draait Zigbee of Thread, niet allebei tegelijk, en Nabu Casa werkt niet aan ondersteuning voor beide tegelijk. Wil je beide netwerken, dan heb je twee sticks nodig. Zet de stick met een verlengkabel uit de buurt van USB 3-poorten en schijven, want die kunnen 2,4 GHz-radio verstoren.
Een slimme stekker is de snelste test van je opstelling. De Tapo P110 werkt via wifi, de tink Basics-stekker via Matter en de Osram-stekker via Zigbee. Drie protocollen, en alle drie verschijnen ze in dezelfde Home Assistant-omgeving.
Het nut van de stick zie je in een routine. Een bewegingssensor in de gang meldt beweging via Thread aan Home Assistant, dat daarbij als Thread border router optreedt. De automatisering zet daarna de gangverlichting aan en schakelt een stekker in. Drie Thread-apparaten van Eve laten dat zien: de Motion Matter meldt beweging, de Thermo stuurt de radiator per ruimte en de Energy schakelt en meet verbruik. Samen vormen ze een routine die de verwarming terugzet zodra er niemand meer beweegt.
Wat je beter niet koopt voor Home Assistant hardware
Een paar valkuilen komen steeds terug bij mensen die hun Home Assistant hardware kiezen.
- Een Raspberry Pi met alleen een microSD-kaart en zonder back-ups. Het werkt maanden prima, tot de kaart het begeeft en je historie en instellingen verdwenen zijn.
- Een Raspberry Pi 3 of een andere 32-bit-opstelling. Die krijgen sinds Home Assistant 2025.12 geen nieuwe versies meer, dus een verse installatie levert een systeem zonder toekomst op.
- Een Core- of Supervised-installatie volgens oude handleidingen. Die methodes zijn sinds 2025.12 niet meer ondersteund, dus kies Home Assistant OS of Container.
- Een oude laptop als server. Het scheelt aanschafgeld, maar oudere laptops verbruiken doorgaans meer stroom dan een Pi of Green.
- Container op een NAS als je apps wilt gebruiken. Die ontbreken daar, en voor Thread en Z-Wave moet je alles zelf inrichten.
- Wifi als enige verbinding. Een netwerkkabel houdt je hub bereikbaar, ook als de router eens een dag minder meewerkt.
- Een tweedehands Yellow als nieuwe start. Hij werkt en krijgt updates, maar er komt geen nieuwe productie en de keuze aan accessoires krimpt vanzelf.
Zo kies je Home Assistant hardware in de praktijk
Voor de meeste starters is de Green met een ZBT-2 de rustigste route: weinig beslissingen, weinig stroom, en de Zigbee- of Thread-stick komt erbij zodra je er een nodig hebt. Heb je een Pi 4 of 5 liggen, dan gebruik je die met een SSD in plaats van een microSD-kaart en houd je alles zonder extra kosten. Wil je camera’s met detectie, veel apps of een homelab, dan is een mini-pc met 16 GB werkgeheugen en een NVMe-SSD de meest toekomstbestendige keuze. Draait er al een Proxmox-server of NAS, dan is een virtuele machine met Home Assistant OS het logische begin.
Een verkeerde eerste keuze is minder erg dan hij lijkt. Een back-up van Home Assistant zet je terug op nieuwe hardware, ook als die een andere processorarchitectuur heeft. Een verhuizing van Pi naar mini-pc is dus een kwestie van een middag. Begin met wat nu past en upgrade zodra je ergens tegenaan loopt.
Na de hardware: je eerste apparaten koppelen
Zodra Home Assistant draait, zoekt het veel apparaten zelf op je netwerk. Een goed eerste experiment is een routine rond de deur: sluit je af met een slim slot, dan gaan de lampen uit en zakt de verwarming. Het Smart Lock Pro van Nuki levert daarvoor de slotstatus, en de Hue Bridge van Philips Hue laat Home Assistant je lampen lokaal schakelen. Voor de verwarmingskant geven de temperatuur- en vochtigheidssensoren van Aqara de metingen waarop je kunt sturen, en die praten via Zigbee met je stick.
Verder lezen? In Home Assistant voor beginners bouw je je eerste automatisering, en een dashboard met Sections geeft je overzicht zodra de apparaten binnenkomen. Wil je oudere Zigbee-apparaten laten samenwerken met Matter, dan helpt dit artikel over Zigbee en Matter.
Heb je de hardware gekozen en wil je er meteen apparaten op aansluiten? Bekijk dan alles voor Home Assistant op tink.nl, van slimme stekkers tot Matter-sensoren, en bouw je eerste routines.










