Een batterij van meer dan 1 megawattuur bevat evenveel opslag als honderd thuisbatterijen van 10 kWh. Pas boven die drempel telt het CBS een systeem mee in de statistiek over grote batterijopslag. Op 31 december 2025 haalden 286 projecten in Nederland die grens, terwijl dat op dezelfde dag een jaar eerder voor 84 gold.
Wat het CBS aan batterijopslag meetelt en wat niet
Een systeem is bij het CBS één project op één locatie, ook als daar tientallen containers staan. Vermogen en capaciteit zijn de standen aan het einde van het jaar, en de cijfers over 2025 zijn nog voorlopig. De gegevens komen uit een enquête onder eigenaren en exploitanten, en de telling bestaat omdat een Europese verordening voor energiestatistieken dat vraagt. Jouw eigen batterij valt er dus buiten, net als de middenklasse van 20 kWh tot 1 MWh die vooral bij bedrijven staat.
Batterijopslag in cijfers: 2023 tot en met 2025
| 2023 | 2024 | 2025 (voorlopig) | |
|---|---|---|---|
| Systemen | 40 | 84 | 286 |
| Vermogen (MW) | 229 | 350 | 753 |
| Capaciteit (MWh) | 343 | 620 | 1.575 |
| Geladen (miljoen kWh) | 100,8 | 184,3 | 360,5 |
| Ontladen (miljoen kWh) | 87,8 | 160,6 | 315,2 |
Het aantal systemen groeide in 2025 met een factor 3,4, de capaciteit met een factor 2,5 en het vermogen met ruim een factor 2. Dat verschil verklaart veel: de batterijopslag groeit vooral in de breedte, want er komen veel batterijen bij en de gemiddelde batterij wordt kleiner.
Wat er achter de totalen van de batterijopslag schuilgaat
De gemiddelde batterij wordt kleiner
Per systeem lag de gemiddelde capaciteit in 2023 op 8,6 MWh, in 2024 op 7,4 MWh en in 2025 op 5,5 MWh. De verklaring zit in de kleinste klasse, van 1 tot 10 MWh: daar kwamen 187 van de 202 nieuwe systemen bij, waardoor ongeveer negen op de tien projecten nu in die klasse vallen. Qua capaciteit blijven de grotere projecten wel de motor, want de systemen tussen 10 en 100 MWh voegden 559 MWh toe tegen 396 MWh in de kleinste klasse. Boven de 100 MWh staat in Nederland in deze cijfers nog niets.
Ze kunnen steeds langer leveren
Deel je de capaciteit door het vermogen, dan weet je hoe lang een batterij op vol vermogen kan leveren. Dat ging van 1,5 uur in 2023 naar 1,8 uur in 2024 en 2,1 uur in 2025, en bij de systemen tussen 10 en 100 MWh is het inmiddels ruim twee uur. Dat past bij waar netbeheerders de knelpunten zien: in de winter zit de piek op het net tussen 16.00 en 21.00 uur, en twee uur leveren bestrijkt een flink deel van dat venster.
Wat erin gaat en wat eruit komt
Omgerekend naar volle ladingen op de capaciteit aan het einde van het jaar laadden de systemen in 2024 bijna 300 keer vol. In 2025 komt die maat uit op ongeveer 230, maar dat komt doordat veel capaciteit pas laat in het jaar bijkwam. De batterijen werken dus bijna dagelijks een volledige cyclus af.
Van de geladen energie komt 87,5 procent weer naar buiten, gemeten op gelijkspanningsniveau. Omvormers en transformatoren zitten daar dus niet in. Het eigen verbruik van de installaties, onder meer voor koeling en regeltechniek, steeg van 5 naar 26 miljoen kWh, van 2,7 naar 7,3 procent van de geladen energie. Trek je dat af van de opbrengst, dan houden de systemen ongeveer 80 procent over, tegen 84 procent een jaar eerder. Het CBS geeft daar geen verklaring voor, al zullen systemen die pas in de loop van het jaar in bedrijf kwamen meespelen. Wie rendementscijfers van een thuisbatterij vergelijkt, kijkt daarom het best of die op gelijkspanning of aan het stopcontact zijn gemeten.
Grote batterijopslag in perspectief
De 1.575 MWh komt overeen met 157.500 thuisbatterijen van 10 kWh. Marktonderzoekers schatten dat er in 2025 bijna 90.000 thuisbatterijen bijkwamen, bovenop zo’n 76.000 een jaar eerder. Bij gemiddeld bijna 6 kWh per stuk kom je dan ook uit rond de 1.000 MWh, dus de opslag in woningen en die op het net zijn van dezelfde orde van grootte. De registers van netbeheerders staan op ongeveer 57.000 aangemelde batterijen halverwege 2026, maar niet iedereen meldt aan en het CBS vindt dat register nog te onvolledig om het als totaal te gebruiken. Dat blijkt ook uit de recordcijfers voor aanmeldingen, waarvan een deel oudere batterijen betreft die met terugwerkende kracht alsnog werden aangemeld.
Naast het landelijke verbruik blijft het bescheiden. Nederland produceerde in 2025 132 miljard kWh en exporteerde netto 14 miljard kWh, dus het verbruik ligt grofweg op 118 miljard kWh, gemiddeld zo’n 13,5 GW. Alle grote batterijen samen zouden dat gemiddelde ongeveer zeven minuten kunnen dragen, en hun 753 MW is ruim 5 procent van dat gemiddelde. De 360 miljoen kWh die erin ging is ruim een kwart procent van de totale productie en ongeveer 1,4 procent van de 25,5 miljard kWh die zonnepanelen opwekten.
Netbeheerder TenneT schatte vorig jaar dat Nederland in 2030 tussen 5 en 10 GW aan batterijen nodig heeft. Met 753 MW staat het land, afgemeten aan vermogen, op 7,5 tot 15 procent van dat doel. Hoge nettarieven remmen de groei van grote batterijen af, en hoe het tarief straks per tijdstip gaat verschillen lees je in ons artikel over tijdsafhankelijke nettarieven.
Waar batterijopslag thuis en op het net verschilt
Batterijopslag op grote schaal werkt als het groothandelsmagazijn van het stroomnet: die koopt in als het overschot groot is, levert door als de vraag aantrekt en verdient aan het prijsverschil of aan diensten voor het net. Batterijopslag thuis lijkt meer op de voorraadkast in de keuken. Die vult zich met de zonnestroom van jouw dak en levert zodra jij hem nodig hebt. Het magazijn houdt de supermarkt gevuld, maar jouw avondeten haal je uit de kast.
De onbalansmarkt wordt drukker
Veel app-gestuurde thuisbatterijen handelen op de onbalansmarkt, waar TenneT betaalt voor stroom die het net in balans houdt. Onderzoek in opdracht van de overheid (januari 2025) noemde dat toen het enige verdienmodel met een positief rendement, en verwachtte dat grote batterijen alleen al die markt kunnen verzadigen. Dat raakt jouw batterij pas als die daar zijn geld mee verdient. Volgens de toezichthouder daalt de opbrengst per batterij bovendien naarmate meer batterijen op hetzelfde signaal reageren. Metingen aan ruim 400 thuisbatterijen in 2026 laten zien hoe wisselvallig dat is: een zomermaand leverde ruim 2,4 keer zoveel op als februari. Rekenen met een bandbreedte is dus verstandiger dan rekenen met het beste jaar.
Zelfverbruik hangt niet van de markt af
Wie een batterij koopt om zonnestroom van de middag naar de avond te schuiven, concurreert niet met grote batterijopslag. Je werkt met je eigen dakopbrengst en je eigen verbruik, en dat wordt gunstiger op 1 januari 2027: dan stopt de salderingsregeling, krijg je voor teruglevering een redelijke vergoeding waar leveranciers kosten voor mogen rekenen, en vervalt het belastingvoordeel op teruggeleverde stroom. Hetzelfde onderzoek verwachtte dat de opbrengst van zelfverbruik na de saldering en met tijdsafhankelijke nettarieven met een factor 1,5 tot 2 kan stijgen. Wat dat voor jouw besparing betekent, reken je uit in ons artikel over de besparing zonder salderingsregeling.
Een systeem voor dit scenario is de Marstek Venus E AC (Gen. 3), met 5,12 kWh capaciteit die je kunt uitbreiden tot 15,36 kWh, tot 2.500 W in- en uitgangsvermogen en een IP65-behuizing. Je kunt er ook voor instellen dat er niets meer terugstroomt naar het net. Wie meer opslag wil, kiest de variant met twee systemen. Of een stekkerversie of een vaste installatie beter bij je woning past, lees je in onze vergelijking van beide typen.
Batterijen die het net ontlasten
Grote en kleine batterijen komen samen op één punt: het stroomnet is vol. Enexis, Liander en Stedin starten een regeling waarbij huishoudens een vergoeding krijgen als hun leverancier de thuisbatterij, laadpaal of warmtepomp tijdens netcongestie mag aansturen. Het begint in delen van Gelderland, Utrecht, de Flevopolder en Noord-Brabant, met als doel 50.000 tot 70.000 huishoudens en op termijn 255 MW aan flexibel vermogen, vooral voor de winteravond tussen 16.00 en 21.00 uur. De hoogte van de vergoeding was bij de aankondiging nog niet bekend, en de marktpartijen moeten in november 2026 klaarstaan. Je batterij wordt daarmee een stuk netinfrastructuur, en dat telt mee bij de keuze voor een leverancier. Of batterijen van verschillende merken straks beter samenwerken, lees je in het artikel over de plannen van het kabinet.
Tegelijk waarschuwen netbeheerders dat veel batterijen in één wijk die op hetzelfde prijssignaal reageren juist extra pieken kunnen veroorzaken. Naarmate batterijopslag in Nederland groeit, zal de aansturing dus belangrijker worden dan de capaciteit zelf.
Eerst meten, dan kiezen
Een batterij die op het verkeerde moment laadt, levert weinig op. Het begint daarom bij weten wat je huis doet: wanneer je verbruik piekt, hoeveel zonnestroom het net op gaat en welke avonduren je nog van de leverancier afneemt. Met een slimme meetstekker zie je per apparaat wat het verbruikt, en met een P1-koppeling zie je het totaal aan de meterkast. Met die gegevens bouw je routines die de wasmachine of vaatwasser starten zodra de zonnepanelen overschot leveren, en wat daarna nog overblijft is precies de hoeveelheid die een batterij moet opvangen. Dan weeg je of je naar het zelfverbruik of de onbalansmarkt kijkt en of de batterij straks ook met een andere leverancier blijft werken.
Wil je weten hoeveel zonnestroom jouw huis nu ongebruikt het net op stuurt? Begin dan met slimme stekkers die je verbruik zichtbaar maken en bekijk daarna het assortiment thuisbatterijen op tink.nl voor een buffer die past bij jouw dak en jouw avonduren.






