Zonnepanelen zonder saldering werken straks als een inleverloket, terwijl de salderingsregeling tot nu toe functioneert als een gratis opslagruimte op het net. Tot en met 31 december 2026 strepen huishoudens het overschot dat ze in de zomer terugleveren nog weg tegen wat ze in de winter afnemen, alsof het net hun zonnestroom bewaart. Vanaf 1 januari 2027 is dat voorbij: wat je terugstuurt wordt vergoed tegen het tarief van je leverancier, en wat je afneemt koop je tegen het gewone tarief.
Dat verschil bepaalt of een paneel zich nog terugverdient. Tot 2030 moet de vergoeding minimaal de helft van het kale leveringstarief zijn, dus het tarief zonder belastingen, en leveranciers mogen kosten rekenen voor het terugleveren waar de ACM op toeziet. Stroom die je direct zelf gebruikt blijft belastingvrij en zonder extra kosten. Elke kilowattuur die je zelf opmaakt is daardoor meer waard dan een kilowattuur die je naar het net stuurt, en precies over die verhouding gaat de discussie in de Tweede Kamer.
Wie zich daarop wil voorbereiden, begint met meten. Een slimme stekker met energiemeting, zoals de TP-Link Tapo P110, laat per apparaat zien hoeveel stroom het verbruikt. Met een schema schakel je de apparaten die niet op een vast moment hoeven, zoals een ontvochtiger of de lader van een e-bike, in tijdens de uren dat het dak levert.
Wat de Consumentenbond de Tweede Kamer vraagt
De Consumentenbond stuurde een position paper naar de Tweede Kamer voor het rondetafelgesprek ‘Zon op dak: van potentie naar realisatie’ en vraagt daarin om een opvolger van de salderingsregeling. Inmiddels heeft ruim een derde van de Nederlandse woningen zonnepanelen. Volgens de bond heeft de overheid die panelen jarenlang aangeraden en loopt ze nu het risico dat ze niet meer lonen, met schade aan het vertrouwen in de energietransitie als gevolg. Er liggen twee punten op tafel.
Een vaste vergoeding per teruggeleverde kilowattuur
Het eerste punt is een nieuwe subsidievorm die het gat van de saldering opvult. Wie panelen koopt, weet dan vooraf welke vergoeding hij een vaste periode krijgt. Het bedrag wordt periodiek vastgesteld voor nieuwe installaties en blijft daarna gelden voor die installatie, zodat de rekensom van de dag van aanschaf blijft kloppen.
Het rekenvoorbeeld komt uit 2024. Het voorstel kwam neer op 10 cent voor elke kilowattuur die je terugstuurt, vijftien jaar lang. Een gemiddeld systeem zou zich dan in ongeveer 9 jaar terugverdienen in plaats van in 25, en voor de staatskas komt dat neer op zo’n derde van de rekening van de salderingsregeling. Die getallen rusten op prijsverwachtingen van toen en moeten opnieuw worden doorgerekend. De bond denkt ook aan een jaarlijks maximum aan kilowattuur waarover de vergoeding wordt uitgekeerd.
Zelf verbruikte stroom blijft in dat model veel meer opleveren dan teruglevering. De prikkel om een apparaat op zonne-uren te laten draaien of de auto overdag te laden verdwijnt dus niet. De bond zit bovendien niet vast aan één oplossing. In december 2025 lag er al een ander plan van een coalitie met onder anderen Vereniging Eigen Huis, de Woonbond en Aedes: de energiebelasting salderen en een aanschafsubsidie die stapsgewijs afbouwt. Niet iedereen in de sector is overtuigd van een subsidie op teruglevering. Sommige partijen zien meer in een beloning voor wie zijn verbruik slim verschuift.
Een energierekening waar je mee kunt rekenen
Het tweede punt gaat over de rekening zelf. Voor consumenten draait het volgens de bond om één rekensom: wat houd je netto over aan een kilowattuur die je terugstuurt? Dat antwoord verschilt nu per leverancier en per contract, en terugleverkosten zijn lastig te vergelijken. De bond wil dat die netto opbrengst redelijk, eenvoudig inzichtelijk en goed vergelijkbaar wordt, en dat terugleverkosten onderbouwd zijn.
Toezicht moet voorkomen dat die kosten onnodig hoog uitvallen. Leveranciers kunnen hun eigen kosten volgens de bond omlaag brengen met betere voorspellingen van de opbrengst en met investeringen in flexibiliteit en opslag. Wie panelen overweegt, moet vooraf kunnen inschatten wat teruglevering over de hele levensduur oplevert.
Zonnepanelen zonder saldering: waarom huurders het eerst voelen
Bij huurders komt de klap het hardst aan, omdat zij het minst kunnen bijsturen. De panelen op het dak zijn van de verhuurder. Daar staat een vaste maandelijkse bijdrage tegenover, vaak via de servicekosten, en die verdient de huurder terug met een lagere energierekening. Die besparing steunde voor een groot deel op de saldering. Zonder saldering is het voordeel vaak kleiner dan wat de huurder betaalt.
De bond wil dat huurders onder de streep een aantoonbaar voordeel houden, ongeacht hoeveel van de opgewekte stroom ze zelf gebruiken. Volgens de Woonbond en Aedes is dat na 2027 haalbaar. Zeker is het niet: de minister van Volkshuisvesting liet in maart weten dat de financiële dekking voor compensatie van huurders ontbreekt, een motie voor eenmalige compensatie strandde in april, en een motie om het voorstel van de Consumentenbond over te nemen werd in oktober 2025 weggestemd.
Wat er in Den Haag nog moet gebeuren
Het Kamergesprek vindt plaats op 28 oktober en is aangevraagd door D66-Kamerlid Felix Klos. Het valt net voor het notaoverleg Energiesysteem op 3 november, dus de uitkomsten kunnen daar nog meegenomen worden. De vraag is wat er nodig is om meer uit zon op dak te halen, met drie thema’s: particuliere woningen en flexibiliteit, waaronder thuisbatterijen en slim afnemen, bedrijfs- en overheidsdaken, en huurders en zonnecarports.
Klos noemt de dubbele energiebelasting als knelpunt voor wie stroom opslaat om hem later terug te sturen. Een besluit ligt er daarmee nog niet. Het blijft vooralsnog bij een oproep aan de Kamer, en de bond erkent zelf dat 1 januari krap wordt. Lukt het niet om op die datum iets te regelen, dan moet het gerichte instrument er volgens de bond kort daarna alsnog komen.
Zo haal je meer uit je zonnestroom zolang er niets is besloten
Wat Den Haag ook beslist, de richting staat vast: zelf gebruiken wint van terugleveren. Een groot deel daarvan laat zich automatiseren.
Verbruik verschuiven naar de zonne-uren
Vaste verbruikers hoeven zelden op een vast tijdstip te draaien. Wasmachine, droger en vaatwasser hebben meestal een uitgestelde start in de eigen app of op het apparaat, waarmee je ze een paar uur later laat beginnen, midden op de dag. Voor apparaten zonder die functie nemen slimme stekkers het over. Zo’n stekker is in feite een tijdschakelaar met een app erbij. Een elektrische boiler, ontvochtiger of e-bike-lader krijgt er een vast schema mee, en met Matter-stekkers van Eve stel je dat in via Apple Home of een ander Matter-systeem, zodat het vanzelf gaat.
Let bij zware verbruikers op het maximale vermogen van de stekker, want hoeveel watt een stekker aankan verschilt per model. Er zijn genoeg andere apparaten waarmee je de zelfconsumptie verhoogt zonder thuisbatterij.
Ook voor huurders telt elke zelf gebruikte kilowattuur: wie panelen op de eigen aansluiting heeft, compenseert daarmee een deel van de vaste bijdrage aan de verhuurder. Een stekkerbatterij is kleiner en makkelijker te plaatsen dan een vaste batterij, al blijft overleg met de verhuurder verstandig.
Opslag voor de avond
Wat je overdag niet direct opmaakt, bewaart een batterij voor de avond. Een vaste thuisbatterij zoals de Marstek Venus E AC (Gen. 3) slaat het overschot van je panelen op en geeft die stroom af wanneer het huis hem nodig heeft. Je stuurt dan minder terug tegen een lage vergoeding en koopt minder terug tegen het volle tarief. Hoeveel een thuisbatterij zonder saldering bespaart, hangt af van je verbruik en van de omvang van je panelen.
De markt rekent al mee: er worden minder nieuwe zonnepanelen verkocht, en thuisbatterijen worden juist populairder.
Een batterij maakt je minder afhankelijk van de uitkomst in Den Haag: de stroom van overdag is er ’s avonds nog. Bekijk alle thuisbatterijen bij tink.nl, onder meer van Marstek, en kies de opslag die bij jouw panelen en verbruik past.






